Week van de smaak (20/11/07)
Persbericht Welcome to the City (18/10/07)
Mededeling- VVS Congres komt niet naar de HoGent (04/03/08)
| Passie voor participatie (Knack - 05-12-2007) |
Als student moet je niet alleen je rechten kennen, je moet ze ook verdedigen. Studentenvertegenwoordigers zetten zich dagelijks in voor de belangen van hun medestudenten. De Gentse studentenvertegenwoordiger Stijn Baert koestert al jaren een uitgesproken liefde voor de Universiteit Gent. 'Die affiniteit is een van mijn belangrijkste drijfveren, maar mijn liefde voor de universiteit is ook gegroeid tijdens mijn engagement.' Op het eerste gezicht lijkt Stijn een uitzondering. Er heerst immers een toenemende desinteresse op het vlak van de studentenparticipatie. Zo vond de Gentse studentenraad bijna geen voorzitter voor het nieuwe academiejaar. 'Onverschilligheid zie je overal in de samenleving. De studentengemeenschap weerspiegelt een maatschappij die je moeilijk kunt aansporen tot engagement. Dat is erg jammer. Mensen die het niet eens zijn met een systeem, moeten de daad bij het woord voegen en zelf voor verandering zorgen. Klagen lost niets op.' Houdt de UGent rekening met wat de studenten graag anders willen? 'Zeker. Onder de huidige rector Paul Van Cauwenberge wordt de stem van de studenten geapprecieerd en in de verf gezet.' 'Om tot resultaten te komen is het inderdaad belangrijk om samen met de universiteit naar oplossingen te zoeken', meent Bert Van der Auwera, ex-voorzitter van de studentenraad van de VUB. 'Als je enkel voor de studenten opkomt en je afzet tegen de universiteit, kom je nergens. Je moet dan ook samen voor een beleid gaan waar niet alleen de student beter van wordt. Ook de universiteit moet haar toekomst kunnen verzekeren. Ze beschikt niet over een onmetelijke berg geld en moet instaan voor de kwaliteit van haar onderwijs.' SLIMME CARRIEREZET
Lid zijn van de participatieraad van een universiteit of hogeschool is overigens een slimme carrièrezet. Je moet er onderhandelen, samenwerken en vergaderen - zaken die goed scoren op de arbeidsmarkt. 'Je leert enorm veel door die participatie. Hoe je een goede planning maakt bijvoorbeeld. Dat is cruciaal voor een studentenvertegenwoordiger', glimlacht Roel Boons, voorzitter van de Antwerpse overkoepelende studentenvereniging Unifac. 'Je steekt zoveel tijd en energie in die vertegenwoordiging dat het soms lijkt of je studies op de tweede plaats komen. Toch is participatie meer dan werken alleen. Anders houd je het niet vol. Je moet ook de behoeften van de studenten kennen. Daarom zijn veel vertegenwoordigers actief in een studentenclub. Die activiteiten vergen een grote inzet en veel tijd. Daarom is een goed tijdsbeheer noodzakelijk.' 'Ach, met een beetje flexibiliteit kom je er wel', klinkt het bij Klaas Keirse en Bert Vandekendelaere, voorzitter en ondervoorzitter van de Leuvense Overkoepelende Kringorganisatie (LOKO). 'Je weet op voorhand dat er veel werk kruipt in die vertegenwoordiging. Zeker als je het contact met je medestudenten niet wilt verliezen. In Leuven werken we met een getrapt systeem. We leggen om de twee weken verantwoording af aan de kringen die ons verkozen hebben. Dat geeft ons sterkte doorheen het jaar, want wij zijn niet Klaas en Bert, wij zijn de studenten van Leuven.' Een grote verantwoordelijkheid voor twee jonge mensen. 'Het is een rare microbe. Je kunt ook de hele week op café zitten. Maar het is interessanter iets te veranderen dat alle Leuvense studenten aanbelangt. We hebben met LOKO overal iets te zeggen en er wordt ook effectief naar ons geluisterd.' Toch krijgt de Leuvense studentenvertegenwoordiging vaak het verwijt dat ze geknecht is door het systeem. 'De tijd van de grote studentenrevoluties is voorbij. We gooien geen kasseien meer door het raam van de rector als we iets willen veranderen, zoals in '68. We zijn vertegenwoordigers en gaan rond de tafel zitten. Maar als het moet, kunnen we ook hard op tafel slaan. En wees gerust, als er ooit opnieuw de revolutie moet worden gepredikt, staan we klaar.' |
| Parcours met hindernissen (Knack - 05-12-2007) |
Het hoger onderwijs is er voor iedereen. Maar tussen droom en daad staan soms heel wat praktische problemen. Twee getuigenissen over geslaagd studeren met een functiebeperking. Bram StalsBram (22) heeft het syndroom van Asperger en is derdejaarsstudent elektronica aan de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven in Gent. Bram Stals: Ik vergelijk me graag met een wat hortende computer. Mijn hoofd voelt soms als een roodgloeiende harde schijf die de informatiestroom niet kan verwerken. Het aspergersyndroom is een ontwikkelingsstoornis die wordt beschouwd als een milde vorm van autisme. Ik kreeg de diagnose te horen op mijn zestiende. Helemaal als een verrassing kwam die mededeling niet, want ik had me nooit echt op mijn plaats gevoeld tussen mijn vrienden. Op school had ik zware leerproblemen. Ik was blij dat het onhandelbare kind in mij een naam kreeg. Zodra ik wist wat er aan de hand was, kon ik manieren zoeken om het probleem te beheersen. Zo heb ik een studiekeuze gemaakt waarin ik de nadelen van asperger als voordelen kan gebruiken. Bij de opleiding elektronica kan ik mijn eenzijdige interesse en mijn extreem perfectionisme als troeven uitspelen. Het zou een heerlijke revanche op asperger zijn om ooit mijn job te kunnen maken van mijn pathologische fascinatie. Ooit, want ik durf nog even niet diep in de toekomst te kijken. Ook dat is asperger: bang zijn voor veranderingen. Ik train mijn sociale vaardigheden in de studentenraad, waar ik de functie van secretaris uitoefen. Het syndroom van Asperger heeft me opgezadeld met een defect inlevingsvermogen, maar ik tracht het op te lappen met de ervaring die ik opdoe door mijn contacten. Mijn lesgevers zijn op de hoogte van mijn beperkingen. Toch wil ik zo weinig mogelijk gebruikmaken van de voorzieningen die de school en de begeleidingsdiensten me aanbieden. Het enige waar ik om vraag, is een apart examenlokaal, omdat ik door het minste geluid afgeleid en geïrriteerd raak. Ik wil zeker niet in de slachtofferrol kruipen. Ik heb geleerd hoe ik moet leven én studeren met mijn beperkingen. Barbara CampeBarbara (20) is doof en derdejaars toegepaste economische wetenschappen aan Universiteit Gent. Barbara Campe: Toen ik drie was, stelden mijn ouders vast dat ik doof was. Met behulp van speciale apparatuur en door te liplezen kon ik zelfstandig naar een gewone school gaan. Mijn doofheid heeft ook weinig effect op mijn spraak. De stap naar hogere studies was eigenlijk niet zo groot. Ik doe geen beroep op doven- of schrijftolken. Ik vraag de lesgevers wel dat ze een speciale microfoon gebruiken. Die staat in verbinding met oortjes waardoor ik voor een deel kan horen wat de docent zegt. Leid ik dan het schoolleven van een gewone student? Min of meer. Concentratie is wel cruciaal. In de lessen moet ik voor de volle honderd procent aandachtig zijn. Op sociaal vlak vind ik het heel wat moeilijker. Bij andere doven ondervind ik een barrière, omdat ik hun gebarentaal niet begrijp. Bij mensen die normaal horen, stuit ik dan weer op andere moeilijkheden. Volledig mee zijn in een groepsgesprek is een van die problemen. Vreemden kunnen op het eerste gezicht ook niet merken dat ik doof ben. Om die beperkingen ook aan anderen duidelijk te maken, sloot ik me vorig jaar aan bij de vzw Begeleiding voor Studenten met een Handicap. Daar kunnen we in groep de beperkingen aankaarten waarmee we te maken krijgen. Onze behoeften en vragen stuiten niet op een muur. Ik heb het gevoel dat er zelfs een beweging in gang is gezet. |
| Anders studeren in eigen land (Knack - 05-12-2007 ) |
'Als ik alleen in een vreemd land ben, zal ik meteen naar huis willen.' Erasmus Belgica en bidiplomering in de praktijk. Lobke Geleyns, student vertaler-tolk aan de Vlekho in Brussel, ging in zee met Erasmus Belgica. Mieke Barbé, die communicatiemanagement volgt aan de Katholieke Hogeschool Mechelen, zette dan weer als een van de eerste studenten in België de stap naar bidiplomering. Lobke Geleyns: We konden kiezen voor een uitwisselingsproject naar het buitenland, maar ik had al gehoord dat je in Frankrijk slecht werd opgevangen. Enkele studenten die ik kende, waren ook ontgoocheld teruggekeerd. Dus dacht ik: als ik alleen in een vreemd land ben, zal ik meteen naar huis willen. Mieke Barbé: Het departementshoofd had een e-mail rondgestuurd waarin hij vroeg of er kandidaten waren om mee te doen aan bidiplomering. Ik wist niet goed wat dat inhield, behalve dat je naar Wallonië kon gaan om je tweede jaar te doen. Ik heb meteen teruggemaild om te zeggen dat ik geïnteresseerd was. Daarna was er een ontmoeting in Mechelen waar ik alle informatie kreeg. Ongeveer een week later ben ik naar Doornik gegaan om de school te bezoeken. Die dag heb ik me meteen ingeschreven. Lobke: Officieel moet je 60 studiepunten hebben verzameld. Dat komt erop neer dat je moet geslaagd zijn in je eerste jaar. Mieke: Ik moest ook een taalproef afleggen. Mieke: Op de KH Mechelen wel. Bidiplomering is voortgevloeid uit een samenwerking tussen Mechelen en Doornik via Erasmus Belgica. Lobke: Bij ons bestaat het al een paar jaar, maar er was nog nooit een student naar de zusterhogeschool in Bergen gegaan. Ik ben de eerste. Als er de komende jaren niemand meer gaat, wordt het project waarschijnlijk stopgezet. Lobke: Ik moest in maart enkele formulieren invullen. Dat ging allemaal vlot. Alles was in orde, maar ik kreeg van Bergen geen antwoord. Uiteindelijk ben ik er begin september zelf naartoe gegaan om te zien hoever ze stonden. De communicatie liep ook mank. Zo ontving ik verscheidene belangrijke e-mails niet. Daardoor heb ik een intensieve cursus Frans gemist die ik graag had gevolgd. Ik moest me ook bij een contactpersoon melden, die nooit aanwezig was. Eigenlijk was ik helemaal op mezelf aangewezen. De administratie was echt wel een probleem. Lobke: Aan de Waalse! Ik liep van hot naar haar en belandde uiteindelijk in het kantoor Internationale Relaties, dat enkel in de voormiddag open was. In het begin werd het kantoor overrompeld door Erasmusstudenten. De studenten werden de hele tijd doorverwezen. Niemand wist hoe de vork aan de steel zat. Mieke: In mijn geval verliep alles heel eenvoudig. Ik had een afspraak met de departementshoofden van Mechelen en Doornik. Alle administratie werd van bovenaf geregeld. Ik heb nooit problemen ondervonden. Mieke: Enkelen zijn perfect tweetalig. Maar de helft van mijn klas komt uit Frankrijk, omdat het hoger onderwijs hier goedkoper is. Nederlands is heel moeilijk voor hen. Lobke: Omdat ik Vlaming ben en ook nog eens in Halle woon, word ik als een expert beschouwd. Mieke: We krijgen veel vragen over de verfransing in de Vlaamse rand rond Brussel. Ze weten wel dat niet alle Vlamingen vlaggenzwaaiers zijn, maar ze zijn wel ongerust over de toekomst van België. |